De eerste rode vlag is vaak de presentatie. Hoe mooier de kraam, hoe groter de argwaan moet zijn. Producenten die hun eigen tomaten, geitenkaas of meloenen verkopen, hebben geen tijd (en geen zin) om hun kraam te decoreren met typisch Provençaalse tafelkleedjes en mandjes met strikken. Ze verkopen hun waar vaak rechtstreeks uit de kratten waarin het die ochtend is geoogst.
Zie je perfecte, identieke worsten of zepen in felle neonkleuren? Loop door. Echte Savon de Marseille is niet knalroze en ruikt niet chemisch naar aardbei. Echte zeep is een blok van 72% plantaardige olie, vaak olijfolie, en ziet eruit als een lomp blok beton. Het is niet sexy, maar wel het enige echte product.
Er is een directe correlatie tussen de taalvaardigheid van de verkoper en de authenticiteit van het product. De marktkoopman die je in vloeiend Engels aanspreekt en 'Special Price for you' roept, is meestal een handelaar, geen boer. De echte producenten – de oude man met de pet die zijn eigen honing verkoopt of de vrouw met de verse geitenkaasjes (Picodon) – spreken vaak nauwelijks Engels.
Hier haken veel toeristen af. Ze durven het gesprek niet aan en kiezen voor de veilige, Engelssprekende kraam met importproducten. Dat is zonde van je geld en je smaakpapillen. Wil je toegang tot de beste producten en de eerlijke prijs? Dan moet je investeren in je communicatie. Zelfs een basiskennis opent deuren die voor de gemiddelde toerist gesloten blijven. Een cursus Franse taal leren is daarom waarschijnlijk de beste investering die je kunt doen voor je vakantie. Het verschil tussen "How much?" en "C'est de votre propre production?" (Is dit uw eigen productie?) is het verschil tussen een toeristenprijs en respect.
Frankrijk kent een extreem streng controlesysteem voor streekproducten, maar je moet wel weten waar je naar zoekt. Termen als 'Product of Provence' of 'Made in France' zeggen juridisch vrij weinig over de ingrediënten. Waar je naar zoekt is AOP (Appellation d'Origine Protégée) of IGP (Indication Géographique Protégée).
Een voorbeeld: Huile d'olive de Provence is een beschermde titel. Staat dat label er niet op, maar heet het 'Provençaalse stijl'? Dan komen de olijven waarschijnlijk uit Spanje of Tunesië en zijn ze hier alleen gebotteld. Vertrouw niet op het handgeschreven bordje, maar kijk op de verpakking of vraag naar het label. Wil je precies weten wat deze labels inhouden en welke regio's beschermd zijn? De Franse overheidsinstantie INAO (Institut national de l'origine et de la qualité) houdt dit nauwgezet bij. Het is droge kost, maar het behoedt je voor dure miskopen.
Genoeg gewaarschuwd. Waar vind je dan dat authentieke walhalla? Het antwoord is simpel: mijd de grote 'braderie-markten' in de toeristische hotspots zoals Gordes of L'Isle-sur-la-Sorgue op zondagochtend (tenzij je voor antiek gaat). Zoek in plaats daarvan naar een Marché Paysan.
Op een Marché Paysan zijn wederverkopers verboden. Alleen boeren die hun eigen oogst verkopen zijn welkom. Hier vind je geen zonnebrillen of lavendelzakjes uit een fabriek, maar groente waar de aarde nog aan zit.
Onze favoriet is de avondmarkt van Velleron (Vaucluse). Elke avond (behalve zondag) vanaf 18:00 uur verzamelen honderden lokale boeren zich hier. Het is hectisch, luidruchtig en fantastisch. Je koopt er aardbeien (Carpentras), meloenen (Cavaillon) en asperges die diezelfde middag nog op het land stonden. De prijzen zijn scherp omdat de tussenhandel ontbreekt. Hier zie je de lokale chefs hun inkopen doen. En als zij er kopen, weet je dat het goed zit.
Samenvattend: Laat de felgekleurde kraampjes links liggen. Zoek naar de norse boer met vuile handen, durf Frans te spreken en let op het AOP-keurmerk. Dan proef je pas echt de Provence.